ECLI:NL:HR:2010:BK6056
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van cassatieberoep tegen vernietiging arbitraal vonnis wegens onvoldoende motivering
AZ vorderde bij de rechtbank Utrecht de vernietiging van een arbitraal vonnis van de arbitragecommissie van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, gewezen op 8 augustus 2003. De rechtbank wees deze vordering bij vonnis van 8 november 2006 af. AZ stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 22 januari 2008 bekrachtigde.
AZ stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de klachten niet wezenlijk waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde AZ in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef het arbitraal vonnis in stand en werd de vordering tot vernietiging definitief afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van AZ wordt verworpen en de vordering tot vernietiging van het arbitraal vonnis blijft afgewezen.