ECLI:NL:HR:2010:BK5991
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt alimentatieverplichting ondanks verrekening met kredietvordering
In deze zaak staat de vraag centraal of de man zijn alimentatieverplichtingen jegens zijn voormalige echtgenote en kinderen heeft voldaan door verrekening met een vordering die hij op de vrouw heeft wegens een krediet dat zij heeft opgenomen voor levensonderhoud. De rechtbank Breda had de echtscheiding uitgesproken en alimentatieverplichtingen vastgesteld. De vrouw vorderde vervolgens tenuitvoerlegging bij lijfsdwang wegens achterstallige alimentatie.
De man betwistte de vordering en stelde dat hij door verrekening aan zijn verplichtingen had voldaan. De voorzieningenrechter stond tenuitvoerlegging bij lijfsdwang toe voor maximaal zes maanden. Het gerechtshof bekrachtigde dit besluit met verbeterde gronden. De man stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de man niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, mede omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De man werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tenuitvoerlegging van de alimentatiebeschikkingen bij lijfsdwang.