ECLI:NL:HR:2010:BK5987
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering onrechtmatige daad en opheffing conservatoire beslagen na faillissement opdrachtgever
Eiseres vorderde betaling van een factuur voor werkzaamheden aan verweerder, die kort daarna op eigen verzoek failliet werd verklaard. Eiseres stelde dat verweerder onrechtmatig had gehandeld en vorderde betaling van € 26.459,-- vermeerderd met rente en kosten. Verweerder bestreed de vordering en vorderde in reconventie opheffing van de conservatoire beslagen die eiseres had gelegd.
De rechtbank wees de vorderingen van eiseres af en hief de conservatoire beslagen op. Het hof bekrachtigde dit vonnis. Eiseres stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiseres niet tot cassatie konden leiden en dat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de vordering wegens onrechtmatige daad afgewezen.