ECLI:NL:HR:2010:BK5013
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen arrest pachtkamer wegens cassatieverbod Pachtwet
In deze zaak vorderde verweerder in kort geding dat eiser het medegebruik van een stal zou staken en ontruimen. Eiser bestreed deze vordering en vroeg de pachtkamer om vastlegging van een pachtovereenkomst tegen een redelijke pachtprijs. De rechtbank veroordeelde eiser tot ontruiming en wees de pachtovereenkomstsvordering af. Eiser ging in hoger beroep, maar het gerechtshof Arnhem bekrachtigde de vonnissen.
Eiser stelde in cassatie dat het cassatieverbod van artikel 134 Pachtwet Pro niet van toepassing zou zijn omdat het hof de relevante pachtrechtelijke bepalingen onjuist had toegepast en daardoor zijn rechten had geschaad. Verweerder betwistte de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De Advocaat-Generaal adviseerde niet-ontvankelijkheid.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieverbod van artikel 134 Pachtwet Pro absoluut is en niet kan worden doorbroken door een betoog dat de pachtrechter bepalingen ten onrechte heeft toegepast. Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het cassatieverbod van artikel 134 Pachtwet.