ECLI:NL:HR:2010:BK4933
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak over pachtovereenkomst
In deze zaak vorderde eiseres schadevergoeding van de Staat wegens vermeende schending van een pachtovereenkomst. De procedure begon bij de rechtbank 's-Gravenhage, pachtkamer, waar de vorderingen werden afgewezen. Het gerechtshof Arnhem bekrachtigde dit vonnis in hoger beroep.
Eiseres stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Staat verzocht om niet-ontvankelijkverklaring van dit beroep, stellende dat art. 134 van Pro de Pachtwet cassatie in pachtzaken uitsluit. De Hoge Raad bevestigde dat arresten van de pachtkamer van het hof Arnhem niet vatbaar zijn voor cassatie, ook niet na de invoering van nieuwe procesrechtelijke bepalingen die cassatie niet uitsluiten, omdat de procedure reeds voor de inwerkingtreding daarvan was gestart.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van eiseres niet-ontvankelijk en veroordeelde haar in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd het arrest van het hof definitief bekrachtigd, waarmee de vorderingen van eiseres werden afgewezen.
Uitkomst: Cassatieberoep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens uitsluiting van cassatie in pachtzaken.