ECLI:NL:HR:2010:BK4421
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij poging afpersing met geweld
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin hij werd veroordeeld voor poging tot afpersing met geweld en bedreiging met een mes. Op 27 april 2006 bedreigde en mishandelde verdachte samen met een medeverdachte twee slachtoffers in een woning te Geleen, waarbij hij onder meer met een mes dreigde en een stekende beweging maakte richting een slachtoffer.
Het hof achtte de verklaringen van de slachtoffers en getuigen betrouwbaar en verwierp het verweer van verdachte dat hij niet had gedreigd of mishandeld. Het hof motiveerde de strafoplegging mede op de ernst van het feit, het gebruik van het mes en het feit dat verdachte door het op slot doen van de voordeur het slachtoffer van zijn vrijheid had beroofd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen miskenning van het recht had gepleegd en dat het rekening houden met de omstandigheid van het op slot doen van de deur bij de strafoplegging toelaatbaar was, ook al zou dit een zelfstandig strafbaar feit kunnen zijn. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf met dertig maanden werd verminderd. Het beroep werd verder verworpen.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot 28 maanden wegens overschrijding redelijke termijn, overige klachten verworpen.