ECLI:NL:HR:2010:BK4406
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken motivering afwijking van uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in bijstandsfraudezaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage inzake bijstandsfraude. Verdachte werd bewezenverklaard dat hij samen met een ander een gezamenlijke huishouding voerde zonder dit aan de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten te melden, met het oogmerk onrechtmatig bijstand te verkrijgen.
In hoger beroep voerde verdachte onder meer aan dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding, onderbouwd met gedetailleerde verklaringen en getuigenverklaringen die een andere feitelijke situatie schetsten dan het hof aannam. Het hof week af van dit uitdrukkelijk onderbouwde standpunt, maar gaf niet de vereiste motivering voor die afwijking.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof daarmee in strijd handelde met artikel 359, tweede lid, Sv, dat vereist dat bij afwijking van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt de redenen daarvan in het bijzonder moeten worden vermeld. Dit verzuim leidt volgens artikel 359, achtste lid, Sv tot nietigheid van het arrest.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het Gerechtshof wordt vernietigd wegens ontbrekende motivering bij afwijking van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.