ECLI:NL:HR:2010:BK3167

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04657
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over motorrijtuigenbelasting bezwaar

Belanghebbende heeft voor de periode van 20 september 2005 tot en met 19 juni 2006 motorrijtuigenbelasting betaald en hiertegen bezwaar gemaakt. Dit bezwaar werd door de Inspecteur afgewezen. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, en het Hof Arnhem bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en formuleerde twee middelen. De Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het cassatieberoep, vernietiging van het arrest van het Hof en verwijzing naar een ander gerechtshof. Na schriftelijke reacties van partijen heeft de Hoge Raad het cassatieberoep echter ongegrond verklaard, waarbij de middelen faalden op dezelfde gronden als in een gelijktijdig arrest.

De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof. Het arrest werd uitgesproken op 10 september 2010 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof Arnhem bevestigd.

Uitspraak

Nr. 08/04657
10 september 2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X1 te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 1 oktober 2008, nr. 07/00385, betreffende een op aangifte voldaan bedrag aan motorrijtuigenbelasting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Belanghebbende heeft voor het tijdvak 20 september 2005 tot en met 19 juni 2006 op aangifte een bedrag aan motorrijtuigenbelasting voldaan. Belanghebbende heeft tegen dit bedrag bezwaar gemaakt, welk bezwaar bij uitspraak van de Inspecteur is afgewezen.
De Rechtbank te Arnhem (nr. AWB 06/2354) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben de zaak schriftelijk doen toelichten, belanghebbende door mr. M. Mees, advocaat te Amsterdam, de Staatssecretaris door mr. C.M. Bergman, advocaat te 's-Gravenhage. Partijen hebben op de schriftelijke toelichting van de wederpartij gereageerd.
De Advocaat-Generaal M.E. van Hilten heeft op 22 oktober 2009 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie, vernietiging van 's Hofs uitspraak en verwijzing van het geding naar een ander gerechtshof.
Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen falen op dezelfde gronden als vermeld in het heden uitgesproken arrest van de Hoge Raad met nummer 08/04653, waarvan een afschrift is aangehecht.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, C.B. Bavinck, E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2010.