ECLI:NL:HR:2010:BK3152
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over motorrijtuigenbelasting na bezwaar en beroep
Belanghebbende heeft voor het tijdvak van 8 juli 2005 tot en met 7 oktober 2005 motorrijtuigenbelasting op aangifte voldaan. Tegen dit bedrag maakte belanghebbende bezwaar, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de Rechtbank Arnhem, die het beroep ongegrond verklaarde. Het Hof Arnhem bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
Belanghebbende stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad en voerde twee middelen aan. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. Na schriftelijke toelichting van beide partijen en een conclusie van de Advocaat-Generaal die het cassatieberoep gegrond achtte en vernietiging van het arrest van het Hof adviseerde, heeft de Hoge Raad het cassatieberoep ongegrond verklaard.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde middelen falen op dezelfde gronden als in een gelijktijdig arrest (nr. 08/04653). Er werden geen proceskosten aan de partijen opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren op 10 september 2010.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het arrest van het Hof Arnhem.