ECLI:NL:HR:2010:BJ9665
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Fiscaal relevante vermogensvermeerdering door onbetaalde schulden dochtermaatschappij bij opheffing fiscale eenheid
De Inspecteur stelde bij de aanslag vennootschapsbelasting 2003 van belanghebbende vast dat verliezen uit voorgaande jaren werden verrekend met de winst van dat jaar. Belanghebbende, moedermaatschappij van A B.V., betwistte de fiscale behandeling van onbetaalde schulden van haar dochtermaatschappij die in staat van faillissement was verklaard en later wegens gebrek aan baten werd opgeheven.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat de vrijval van schulden van de dochtermaatschappij een fiscaal relevante vermogensvermeerdering vormt bij de moedermaatschappij op het moment dat de dochter binnen de fiscale eenheid ophoudt te bestaan. Dit oordeel werd bevestigd door de Hoge Raad.
De Hoge Raad overwoog dat nadat de dochtermaatschappij ophoudt te bestaan, deze niet langer deel uitmaakt van de fiscale eenheid en dat de moedermaatschappij daardoor wordt bevrijd van de schulden van de dochter, wat leidt tot een fiscale winst. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard, en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting blijft gehandhaafd.