ECLI:NL:HR:2010:BJ7266
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt doodslaguitspraak wegens onvoldoende motivering bewijswaardering in Antilliaanse zaak
In deze strafzaak gaat het om een doodslag op een priester op Curaçao, waarbij de verdachte samen met een medeverdachte de pastoor heeft overvallen en met plakband de mond en neus heeft afgeplakt, wat tot verstikking en overlijden leidde. Het Hof verklaarde de verdachte schuldig op basis van verklaringen en forensisch bewijs.
De verdachte kwam in eerste aanleg en hoger beroep terug op zijn eerdere politieverklaringen en gaf een alternatieve lezing waarin sprake was van seksuele spelletjes die tot het overlijden leidden. Het Hof verwierp deze lezing en baseerde zich op de oorspronkelijke verklaringen zonder nadere motivering.
De Hoge Raad stelt dat in Antilliaanse zaken artikel 359, tweede lid, Sv niet van toepassing is en dat de feitenrechter vrij is in bewijswaardering, maar dat bij bijzondere gevallen motivering vereist is. Hier ontbrak die motivering bij het negeren van de latere verklaringen van de verdachte.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep, waarbij de bewijswaardering beter gemotiveerd moet worden.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewijswaardering en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.