ECLI:NL:HR:2009:BK4521
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Houder van inrichting voor grondwateronttrekking is feitelijke machthebber over inrichting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag en boete opgelegd voor grondwaterbelasting over de periode 1999-2000. Dit betrof onttrekking van grondwater via een ontwateringsinstallatie en extra deepwell-pompen die tijdens de bouw van een parkeergarage werden geplaatst.
De Rechtbank Breda vernietigde de aanslag en boete, en het Hof bevestigde deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat de extra deepwell-pompen een aparte inrichting vormden en dat belanghebbende niet de feitelijke macht over deze pompen had, waardoor hij niet als houder daarvan kon worden aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigde dat de houder van een inrichting degene is die feitelijke macht over die inrichting heeft ten tijde van de grondwateronttrekking. De stelling dat de houder van de onroerende zaak als houder van de inrichting moet gelden, werd verworpen. Het cassatieberoep van de Staatssecretaris werd ongegrond verklaard en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en boete blijven vernietigd.