ECLI:NL:HR:2009:BK3575
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- F.H. Koster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontzegging omgangsregeling tussen moeder en kind
De vader verzocht bij de rechtbank Middelburg om de omgangsregeling tussen de moeder en hun minderjarige kinderen te wijzigen en de omgang te beëindigen. De rechtbank wijzigde het hofarrest en stelde de omgang met één kind stop, terwijl het overige verzoek werd afgewezen. De vader ging in hoger beroep tegen deze beschikking, maar het gerechtshof te 's-Gravenhage bekrachtigde de beslissing.
Vervolgens stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De moeder verzocht het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigde daarmee de ontzegging van de omgangsregeling en de motiveringsplicht bij beslissingen die minderjarigen niet in de gelegenheid stellen hun mening te geven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontzegging van de omgangsregeling tussen moeder en kind.