ECLI:NL:HR:2009:BK3076
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in geschil over overeenkomst en schadevergoeding inzake zandgroevenexploitatie
Eiser heeft verweerder gedagvaard met de vordering dat tussen partijen een overeenkomst bestaat waarbij verweerder gehouden is een percentage van inkomsten uit de exploitatie van zandgroeven annex stortputten aan eiser te betalen, inclusief schadevergoeding wegens niet-nakoming.
De rechtbank wees de vorderingen af en het hof bekrachtigde dit oordeel. Eiser stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad liet een door eiser ingediende brief terzijde leggen omdat deze buiten de termijn van artikel 44 lid 3 Rv Pro was ingediend.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat geen overeenkomst is gesloten en dat de vorderingen van eiser terecht zijn afgewezen.