ECLI:NL:HR:2009:BK3072
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering inzake onderhandse executoriale verkoop woning
Eiser vorderde van de bank en de maatschap betaling van een bedrag van €109.076,50 met rente en kosten, naar aanleiding van een geschil over de onderhandse executoriale verkoop van een woning. De rechtbank wees de vordering af, welke beslissing door het gerechtshof werd bekrachtigd. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten in het cassatieberoep niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van de bank en de maatschap op nihil worden begroot. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering van eiser afgewezen.