ECLI:NL:HR:2009:BK2678
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafmotivering en toepassing ressortelijke indicatiepunten bij vuurwapenbezit
De verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden voor het onbevoegd voorhanden hebben van een pistool en munitie van categorie III op de openbare weg te 's-Gravenhage op 30 juni 2006. Het hof motiveerde de straf onder meer met de ernst van het feit, de noodzaak van een krachtige reactie op vuurwapenbezit vanwege het stijgende aantal slachtoffers en gevoelens van onveiligheid in de samenleving, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Het hof nam tevens het feit mee dat de verdachte eerder onherroepelijk was veroordeeld voor diefstal met geweld, wat hem kennelijk niet weerhield van het plegen van de onderhavige feiten. Daarbij hield het hof rekening met ressortelijke indicatiepunten die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden als uitgangspunt hanteren voor dergelijke delicten.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte rekening hield met meerdere eerdere veroordelingen terwijl slechts één onherroepelijke veroordeling bestond, en dat het hof indicatiepunten toepaste die niet ter zitting waren besproken, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro zou zijn. De Hoge Raad verwierp deze klachten, stellende dat het hof niet hoefde te verwijzen naar andere veroordelingen dan de genoemde en dat het gebruik van indicatiepunten geen feitelijke grondslag vereist die ter terechtzitting is besproken.
Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bevestigd. De straf van zes maanden gevangenisstraf werd als passend en geboden beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de zes maanden gevangenisstraf voor onbevoegd vuurwapenbezit en verwerpt het cassatieberoep.