ECLI:NL:HR:2009:BK2122
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in zaak ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 augustus 2007, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen.
De eerste vier middelen van cassatie richtten zich tegen het arrest in de samenhangende strafzaak, welke onder een ander nummer bij de Hoge Raad in behandeling is. Deze middelen voldeden niet aan de vereisten van duidelijke en stellige klachten over rechtsregels of wetsvoorschriften, waardoor zij onbesproken bleven.
Het vijfde middel werd eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakte.
De Hoge Raad oordeelde dat ondanks de overschrijding van de redelijke termijn en de opgelegde betalingsverplichting van € 875,-, dit geen rechtsgevolg heeft en handhaafde het oordeel van het hof.
Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.