ECLI:NL:HR:2009:BK2122

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01765 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 augustus 2007, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen.

De eerste vier middelen van cassatie richtten zich tegen het arrest in de samenhangende strafzaak, welke onder een ander nummer bij de Hoge Raad in behandeling is. Deze middelen voldeden niet aan de vereisten van duidelijke en stellige klachten over rechtsregels of wetsvoorschriften, waardoor zij onbesproken bleven.

Het vijfde middel werd eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakte.

De Hoge Raad oordeelde dat ondanks de overschrijding van de redelijke termijn en de opgelegde betalingsverplichting van € 875,-, dit geen rechtsgevolg heeft en handhaafde het oordeel van het hof.

Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

15 december 2009
Strafkamer
nr. 08/01765 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 augustus 2007, nummer 22/005334-06, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. C.A. Lucardie, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het vijfde middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van de overige middelen
De middelen behelzen klachten die zijn gericht tegen 's Hofs arrest in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak, die bij de Hoge Raad in behandeling is onder nummer 08/01766. Als een middel van cassatie als in de wet bedoeld kan slechts gelden een duidelijke en stellige klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk wetsvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De middelen voldoen niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moeten blijven.
4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
Gelet op de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting van € 875,- en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
5. Beslissing
De Hoge Raadverwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 15 december 2009.