ECLI:NL:HR:2009:BK1795
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Den Haag inzake veroordelingen schadevergoeding
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 oktober 2007. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het Hof de verdachte veroordeelde tot betaling van schadevergoedingen aan benadeelde partijen, en tot nietigverklaring daarvan, maar adviseerde verder het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad heeft de middelen van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering nodig, omdat de middelen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaken.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het Gerechtshof in stand gelaten voor zover het niet betreft de schadevergoedingsveroordelingen. Dit arrest werd gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren J.P. Balkema en W.M.E. Thomassen op 3 november 2009.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, met gedeeltelijke vernietiging van de schadevergoedingsveroordelingen.