ECLI:NL:HR:2009:BK0916
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over zelfstandigheid van koffietafel bij crematie voor omzetbelasting
Belanghebbende exploiteert een crematorium waar tevens een restaurant is gevestigd. In samenhang met crematieplechtigheden worden daar koffietafels geserveerd tegen een afzonderlijke vergoeding, afhankelijk van het aantal genodigden. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op over bepaalde tijdvakken, welke na bezwaar en beroep door het Hof werden gehandhaafd.
Het Hof oordeelde dat het verzorgen van de koffietafel een bijkomende dienst is die onderdeel vormt van de hoofddienst, de crematie, en daardoor vrijgesteld is van omzetbelasting op grond van artikel 11, lid 1, letter h, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Belanghebbende stelde in cassatie dat deze koffietafel een zelfstandige prestatie is en derhalve niet onder de vrijstelling valt.
De Hoge Raad stelt dat wanneer verschillende diensten tegen afzonderlijke vergoedingen worden aangeboden, deze normaal gesproken als zelfstandige prestaties moeten worden beschouwd, tenzij de bijkomende dienst geen zelfstandig karakter heeft. Het serveren van koffietafels is optioneel, niet zodanig verbonden met de crematie dat het als één dienst kan worden aangemerkt en betreft een horecadienst die niet door een lijkbezorger wordt verricht. Daarom valt deze dienst niet onder de vrijstelling.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vernietigt de uitspraken van het Hof en de Inspecteur, en de naheffingsaanslagen. Tevens worden proceskosten toegewezen aan belanghebbende. Hiermee wordt bevestigd dat de koffietafel een zelfstandige, belastbare prestatie is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de naheffingsaanslagen en oordeelt dat het serveren van koffietafels een zelfstandige, belastbare horecadienst is.