ECLI:NL:HR:2009:BK0273
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in zaak over geschenkenvrijstelling loonbelasting
Belanghebbende, een drukkerij met circa 200 werknemers, keerde in de jaren 1998 tot en met 2002 jaarlijks in december een uitkering uit aan werknemers, afhankelijk van hun ziekteverzuim. Deze regeling was schriftelijk vastgelegd en aan het personeel bekendgemaakt. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen en boetes op, die na bezwaar door het hof werden verminderd omdat het hof oordeelde dat de uitkeringen onder de geschenkenvrijstelling vielen.
De Hoge Raad stelt vast dat de geschenkenvrijstelling slechts van toepassing is als de uitkering onverplicht plaatsvindt. Het hof had onvoldoende rekening gehouden met het gerechtvaardigd vertrouwen dat de regeling bij het personeel opriep, waardoor de uitkeringen voor 1999 als verplicht moesten worden aangemerkt. Dit betekent dat er geen sprake was van geschenken voor dat jaar.
Voor de jaren 2000 tot en met 2002 is de motivering van het hof ontoereikend omdat het niet duidelijk is of de uitkeringen onverplicht waren. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
De Hoge Raad wijst proceskostenveroordeling af en benadrukt het belang van een juiste juridische kwalificatie van de uitkeringen in het kader van de loonbelasting.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor nadere behandeling.