ECLI:NL:HR:2009:BK0272
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingplicht zware motorrijtuigen voor vrachtwagens met verkoopfunctie
Deze zaak betreft vijf proefprocedures over de belastingplicht van zware motorrijtuigen, specifiek vrachtwagens die bloemen en planten vervoeren en vanuit de vrachtwagen verkopen aan buitenlandse handelaren. De centrale vraag was of deze voertuigen, ondanks hun verkoopfunctie, uitsluitend bestemd zijn voor goederenvervoer in de zin van de Wet belasting zware motorrijtuigen en de Europese richtlijn.
Het hof stelde dat de algemene bestemming van de voertuigen het vervoer van goederen is, ondanks de aanpassingen voor verkoopactiviteiten. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar het arrest Pfennigman van het HvJ EG, waarin is bepaald dat de algemene bestemming van het voertuig bepalend is, niet het incidentele gebruik.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad over formele punten: procedures gevoerd door vennootschappen onder firma die geen kentekenhouder zijn, zijn niet ontvankelijk. Ook wordt het vertrouwen in een beleidsbesluit van de staatssecretaris van Financiën dat de voertuigen niet onder de wet vallen, verworpen.
De Hoge Raad wijst cassatie af en bevestigt dat de vrachtwagens belastingplichtig zijn onder de Wet belasting zware motorrijtuigen. De uitspraak wordt niet gepubliceerd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vrachtwagens belastingplichtig zijn onder de Wet belasting zware motorrijtuigen.