ECLI:NL:HR:2009:BK0088
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Bewijskracht van getuigenverklaring tegen onderhandse schuldbekentenis niet beperkt door art. 164 lid 2 Rv
In deze zaak vordert eiser betaling van een geldbedrag van verweerder, gebaseerd op een onderhandse schuldbekentenis. Na afwijzing van de vordering door de rechtbank en bekrachtiging van dit vonnis door het hof, stelt eiser beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De kern van het geschil betreft de bewijskracht van de getuigenverklaring van een partij die is toegelaten als tegenbewijs tegen een onderhandse schuldbekentenis, waarbij eiser aanvoert dat art. 164 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van toepassing is.
De Hoge Raad stelt echter dat deze bepaling niet van toepassing is op de getuigenverklaring van een partij die als tegenbewijs is toegelaten tegen een onderhandse schuldbekentenis. De klachten van eiser leiden niet tot cassatie en behoeven geen nadere motivering. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten.