ECLI:NL:HR:2009:BJ9600
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerd hof oordeel over waarde bouwproject bij inbreng in vennootschap onder firma
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd over 1998, gehandhaafd door de Inspecteur. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag. Het hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep gegrond, waarbij het de aanslag vernietigde. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in.
De kern van het geschil betrof de waarde van een bouwproject dat belanghebbende inbracht in een vennootschap onder firma (vof). Het hof oordeelde dat de overeengekomen prijs van ƒ 3.000.000 zakelijk was, gebaseerd op de samenwerkingsovereenkomst tussen de betrokken vennootschappen en de onderhandelingen met een derde partij.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de inbrengwaarde van het project gelijk zou zijn aan het genoemde bedrag, terwijl de samenwerkingsovereenkomst ook een aanzienlijk hoger bedrag aan financiering door een andere partij bevatte. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het hof te Arnhem voor verdere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad wees verder op het ontbreken van gronden voor proceskostenveroordeling en liet de vergoeding van proceskosten over aan het verwijzingshof.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het hof te Arnhem voor verdere behandeling.