ECLI:NL:HR:2009:BJ8714
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling in strafzaak op grond van Opiumwet
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter te Haarlem uit 1997, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met het verbod uit artikel 2, eerste lid onder A van de Opiumwet. De aanvraag tot herziening is gebaseerd op de stelling van persoonsverwisseling, een omstandigheid als bedoeld in artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond moet verklaren, de tenuitvoerlegging van het vonnis moet opschorten of schorsen en de zaak moet verwijzen naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing conform artikel 467, eerste lid, Sv.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart de aanvraag tot herziening gegrond. De Hoge Raad beveelt de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam. Dit arrest is gewezen door de vice-president Koster als voorzitter en de raadsheren Ilsink en Loth en uitgesproken op 17 november 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling.