ECLI:NL:HR:2009:BJ8612
Hoge Raad
- Cassatie
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-tijdige indiening
Op 17 november 2009 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 mei 2007. Het cassatieberoep was ingesteld op 17 juli 2007, terwijl de dagvaarding voor de terechtzitting van 9 mei 2007 aan verdachte persoonlijk was betekend.
Volgens artikel 432, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, kan een cassatieberoep niet-ontvankelijk worden verklaard indien het niet binnen de gestelde termijn is ingediend. De Advocaat-Generaal had geconcludeerd dat verdachte niet-ontvankelijk verklaard moest worden.
De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde het cassatieberoep van verdachte niet-ontvankelijk. Hiermee werd het arrest van het Gerechtshof in stand gelaten. De uitspraak werd gedaan door raadsheer J.P. Balkema als voorzitter, met raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in aanwezigheid van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.