ECLI:NL:HR:2009:BJ8537

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02066
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658 BWArt. 6:170 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing aansprakelijkheid werkgever bij arbeidsongeval

Eiser heeft [verweerster] gedagvaard wegens aansprakelijkheid voor een arbeidsongeval dat plaatsvond op 4 december 2001, waarbij hij materiële en immateriële schade heeft geleden. De kantonrechter stelde eiser in het gelijk en verklaarde [verweerster] aansprakelijk. Het hof vernietigde dit vonnis echter en wees de vordering af.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen, waarbij werd geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en geen nadere motivering behoeven, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad bevestigt daarmee de afwijzing van de aansprakelijkheid van de werkgever voor het arbeidsongeval op basis van de toepasselijke wettelijke bepalingen. Tevens werd eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de aansprakelijkheid van de werkgever wordt afgewezen.

Uitspraak

13 november 2009
Eerste Kamer
08/02066
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mrs. R.S. Meijer en E.M. Tjon-En-Fa.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 6 januari 2004 [verweerster] gedagvaard voor de rechtbank Dordrecht, sector kanton, en gevorderd, kort gezegd,
- voor recht te verklaren dat [verweerster] aansprakelijk is voor het [eiser] op 4 december 2001 overkomen arbeidsongeval en de daardoor door [eiser] geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade; en
- [verweerster] te veroordelen tot vergoeding van de door [eiser] als gevolg van genoemd ongeval geleden en te lijden materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de rente; en
- [verweerster] te veroordelen aan [eiser] een voorschot op de vergoeding van geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade van € 5.000,-- te betalen.
[Verweerster] hebben de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft, na tussenvonnissen, bij eindvonnis van 22 september 2005, verbeterd bij vonnis van 29 november 2005, voor recht verklaard dat [verweerster] aansprakelijk is voor het [eiser] op 4 december 2001 overkomen arbeidsongeval en de daardoor door [eiser] reeds geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade. Het meer of anders gevorderde heeft de kantonrechter afgewezen.
Tegen voornoemde vonnissen heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 1 februari 2008 heeft het hof, kort gezegd, de vonnissen van de rechtbank vernietigd en de vordering van [eiser] alsnog afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door mrs. M.M. Stolp, A.J. Verhey en W.H. van Hemel, advocaten te Amsterdam, en voor [verweerster] door haar advocaat en mr. L.C. Dufour, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Bij brief van 2 oktober 2009 heeft mr. M.M. Stolp, namens [eiser] op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 november 2009.