ECLI:NL:HR:2009:BJ8338
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling en termijn voor aanvullend beroepschrift
Verzoekster was betrokken bij een schuldsaneringsregeling (WSNP) die door de rechtbank Rotterdam tussentijds werd beëindigd op verzoek van de rechter-commissaris. Verzoekster stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof verklaarde haar echter niet-ontvankelijk in het hoger beroep omdat het aanvullend beroepschrift niet tijdig was ingediend.
Verzoekster stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Daarmee bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het hof dat verzoekster niet-ontvankelijk was in haar hoger beroep, waarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling ongewijzigd bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van verzoekster in het hoger beroep.