ECLI:NL:HR:2009:BJ8338

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04204
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling en termijn voor aanvullend beroepschrift

Verzoekster was betrokken bij een schuldsaneringsregeling (WSNP) die door de rechtbank Rotterdam tussentijds werd beëindigd op verzoek van de rechter-commissaris. Verzoekster stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof verklaarde haar echter niet-ontvankelijk in het hoger beroep omdat het aanvullend beroepschrift niet tijdig was ingediend.

Verzoekster stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Daarmee bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het hof dat verzoekster niet-ontvankelijk was in haar hoger beroep, waarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling ongewijzigd bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van verzoekster in het hoger beroep.

Uitspraak

13 november 2009
Eerste Kamer
08/04204
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Süzen.
Verzoekster tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij voordracht van 12 februari 2008 heeft de rechter-commissaris de rechtbank Rotterdam verzocht de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoekster] tussentijds te beëindigen.
Bij vonnis van 25 april 2008 heeft de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na een mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 25 september 2008 [verzoekster] niet-ontvankelijk verklaard in het door haar ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank van 25 april 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 november 2009.