ECLI:NL:HR:2009:BJ7835

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00824
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 288 FaillissementswetArt. 358 FaillissementswetArt. 36f Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling in WSNP

Verzoeker diende op 21 juli 2008 een verzoek in bij de rechtbank Dordrecht om toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP) te verkrijgen. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis van 25 november 2008 af. Verzoeker ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 17 februari 2009 bekrachtigde.

Tegen dit arrest stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie en dat geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het arrest is gewezen door de raadsheren van Buchem-Spapens, van Schendel, Streefkerk en Numann en op 23 oktober 2009 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

23 oktober 2009
Eerste Kamer
09/00824
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 21 juli 2008 ter griffie van de rechtbank Dordrecht ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De rechtbank heeft bij vonnis van 25 november 2008 het verzoek van [verzoeker] afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 17 februari 2009 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 oktober 2009.