ECLI:NL:HR:2009:BJ7331
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in geschil over uitkoop aandeelhouder en uitleg aandeelhoudersovereenkomst
In deze zaak stond een geschil centraal over de uitleg van een aandeelhoudersovereenkomst en de uitkoop van een aandeelhouder. De Hoge Raad verwees naar een eerder arrest van 10 juli 2009 waarin een vordering tot zekerheidstelling was afgewezen. De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van zowel het principaal als het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat het niet nodig was om rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling te beantwoorden. Hierdoor werd het principaal beroep verworpen en het voorwaardelijk incidentele beroep niet behandeld.
De Hoge Raad veroordeelde de eisers in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag van € 8.252,34. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiseressen in de proceskosten.