ECLI:NL:HR:2009:BJ7246
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en verbetering proces-verbaal in Antilliaanse strafzaak
In deze cassatiezaak tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba stond de duur van de gevangenisstraf centraal. De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaren en elf maanden. Bij de beoordeling van het cassatieberoep klaagde de verdachte over een onjuistheid in het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, namelijk dat een verklaring van hem over het geopend houden van zijn lippen met zichtbare gouden tanden niet was opgenomen.
De Hoge Raad heeft ambtshalve inlichtingen ingewonnen bij het Hof en vastgesteld dat deze verklaring wel is afgelegd, maar abusievelijk niet in het proces-verbaal was opgenomen. De Hoge Raad corrigeerde deze kennelijke misslag door het proces-verbaal dienovereenkomstig te lezen. Hierdoor faalt het middel dat op deze onvolledigheid was gebaseerd.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf tot elf jaren en vijf maanden. Het arrest vernietigt de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de duur van de straf en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van elf jaren en elf maanden naar elf jaren en vijf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.