ECLI:NL:HR:2009:BJ6951
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in economische strafzaak wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch in een economische strafzaak tegen verdachte wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (WAV). Verdachte, zonder bekende woon- of verblijfplaats, stelde cassatiemiddelen in via zijn advocaat. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat de ingebrachte middelen geen aanleiding geven tot nadere motivering omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Tevens constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Gezien de aard van de opgelegde geldboeten en de mate van termijnoverschrijding ziet de Hoge Raad geen aanleiding om rechtsgevolgen te verbinden aan de overschrijding. De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en bevestigt het bestreden arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd ondanks overschrijding van de redelijke termijn.