ECLI:NL:HR:2009:BJ6951

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01584 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in economische strafzaak wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch in een economische strafzaak tegen verdachte wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (WAV). Verdachte, zonder bekende woon- of verblijfplaats, stelde cassatiemiddelen in via zijn advocaat. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelt dat de ingebrachte middelen geen aanleiding geven tot nadere motivering omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Tevens constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.

Gezien de aard van de opgelegde geldboeten en de mate van termijnoverschrijding ziet de Hoge Raad geen aanleiding om rechtsgevolgen te verbinden aan de overschrijding. De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en bevestigt het bestreden arrest.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd ondanks overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

3 november 2009
Strafkamer
nr. 08/01584 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 16 oktober 2007, nummer 20/001719-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.B.J.G.M. Schyns, advocaat te Venlo, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de tien aan de verdachte opgelegde geldboeten van elk € 900,- en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 3 november 2009.