ECLI:NL:HR:2009:BJ6756
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering bewijsgebruik schoensporenonderzoek
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor meerdere diefstallen uit woningen in Zwolle, gepleegd in de nacht van 2 op 3 februari 2005. De ten laste gelegde feiten betroffen het gezamenlijk en in vereniging wegnemen van diverse goederen uit drie woningen, waarbij sprake was van braak. De bewijsvoering bestond uit verklaringen van getuigen en betrokkenen, proces-verbalen van politie, en technisch onderzoek, waaronder schoensporenonderzoek.
De verdediging voerde aan dat de verklaring van een medeverdachte, die belastend was voor verdachte, onbetrouwbaar en leugenachtig was, vooral omdat deze niet overeenkwam met de resultaten van het technisch onderzoek. Het hof gebruikte deze verklaring echter als bewijs zonder de noodzakelijke specifieke motivering waarom het afweek van het onderbouwde standpunt van de verdediging, wat in strijd was met artikel 359, tweede lid, Sv.
De Hoge Raad oordeelde dat dit verzuim tot nietigheid leidt op grond van artikel 359, achtste lid, Sv. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het betrekking had op het ten laste gelegde feit 4 en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Voor het overige werd het beroep verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor feit 4 wegens onvoldoende motivering bij bewijsgebruik en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.