ECLI:NL:HR:2009:BJ3677
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid houder bij snelheidsovertreding ondanks bestuurdersverklaring broer
Op 5 november 2006 werd een snelheidsovertreding geconstateerd waarbij een personenauto met kenteken [AA-00-BB] binnen de bebouwde kom te Arnhem 90 km/u reed waar 50 km/u was toegestaan. Verdachte was houder van het voertuig volgens de Wegenverkeerswet 1994. Het hof oordeelde dat verdachte als houder aansprakelijk was, mede op basis van een geschrift waarin verdachte als berijder tekende.
Verdachte voerde aan dat zijn broer de auto bestuurde en overhandigde een verklaring van zijn broer. Het hof verwierp dit beroep op de strafuitsluitingsgrond van art. 181, tweede lid, WVW 1994, omdat verdachte niet tijdig schriftelijk de naam en het adres van de bestuurder aan het Openbaar Ministerie had doorgegeven.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en voldoende had gemotiveerd dat verdachte als houder aansprakelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de strafrechtelijke aansprakelijkheid van verdachte als houder werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte als houder aansprakelijk is voor de snelheidsovertreding en verwerpt het cassatieberoep.