ECLI:NL:HR:2009:BJ0649
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef bij diefstal met braak
De Hoge Raad behandelde een verzoek tot herziening van een vonnis van de Politierechter Zutphen uit 2006, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor meerdere feiten van diefstal met braak en verkeersovertredingen. De herzieningsaanvraag betrof met name de bewezenverklaring van een diefstal met braak waarbij de geuridentificatieproef als bewijsmiddel was gebruikt.
De aanvraag was gebaseerd op een brief van het Arrondissementsparket waarin werd gemeld dat in de periode 1997-2006 de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland de geurproeven mogelijk onregelmatig had uitgevoerd, doordat de hondengeleider vooraf kennis had van de sorteervolgorde van geurdragers, wat het bewijs onbetrouwbaar maakte.
De Hoge Raad oordeelde dat bij een dergelijke onregelmatigheid het resultaat van de geurproef niet als betrouwbaar bewijs kan gelden en dat zonder dit bewijs de rechter waarschijnlijk niet tot een bewezenverklaring zou zijn gekomen. Daarom werd de herzieningsaanvraag gegrond verklaard voor het betreffende feit en werd de zaak verwezen naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor hernieuwde behandeling.
Voor het andere tenlastegelegde feit werd de aanvraag afgewezen. De Hoge Raad beval tevens, indien nodig, de opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 30 juni 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor één feit en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling naar het hof.