ECLI:NL:HR:2009:BI9372
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens ontbreken middelen van cassatie
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Namens verdachte diende een raadsman een schriftuur in met een middel van cassatie. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad beoordeelde dat alleen middelen van cassatie die een stellige en duidelijke klacht bevatten over schending van rechtsregels of vormvoorschriften in aanmerking komen. De ingediende schriftuur voldeed niet aan deze vereisten en bleef daarom onbesproken.
Daarnaast werd vastgesteld dat de verdachte niet binnen de wettelijke termijn een schriftuur met middelen van cassatie had ingediend, zoals vereist in art. 437, tweede lid, Sv. Hierdoor werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 1 september 2009.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van geldige middelen van cassatie binnen de wettelijke termijn.