ECLI:NL:HR:2009:BI9208

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/073HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt opheffing derdenbeslag en verwerpt cassatieberoep

Eiser vorderde bij de rechtbank Arnhem de teruggave van een aandeel in een commanditaire vennootschap dat door Glaverbel was verkregen, met een dwangsom en schadevergoeding. Glaverbel bestreed deze vordering en vorderde in reconventie de opheffing van het door eiser gelegde derdenbeslag, alsmede een verklaring voor recht dat het beslag onrechtmatig was en schadevergoeding.

De rechtbank wees de vorderingen in conventie af, maar gaf in reconventie de gevorderde verklaring voor recht en hief het derdenbeslag op. Glaverbel stelde hoger beroep in tegen de afwijzing van de vorderingen en het beslagbesluit, waarna het hof het hoger beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaarde en de vonnissen bekrachtigde.

Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, bevestigde daarmee de opheffing van het derdenbeslag en veroordeelde eiser in de kosten van het geding.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de opheffing van het derdenbeslag.

Uitspraak

4 september 2009
Eerste Kamer
C07/073HR
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats], Duitsland,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
GLAVERBEL NEDERLAND HOLDING B.V. (voorheen Glaverfin Beheer B.V.),
gevestigd te Tiel,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Glaverbel.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 23 augustus 2001 Glaverbel gedagvaard voor de rechtbank Arnhem en gevorderd, kort gezegd, primair: Glaverbel te gebieden het aandeel in de commanditaire vennootschap Magnetron C.V. dat zij bij overeenkomst van 21 april 1998 heeft verkregen aan [eiser] terug te leveren, op straffe van een dwangsom, met veroordeling van Glaverbel tot vergoeding van de schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
Glaverbel heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, het door [eiser] ten laste van Glaverbel gelegde derdenbeslag op te heffen, te verklaren voor recht dat het beslag onrechtmatig is jegens Glaverbel en [eiser] te veroordelen tot vergoeding van schade ten gevolge van het beslag, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 19 september 2002, 9 juli 2003, 26 november 2003 en 12 mei 2004, bij eindvonnis van 16 maart 2005 in conventie de vorderingen afgewezen. In reconventie heeft de rechtbank de gevorderde verklaring voor recht toegewezen en het door [eiser] op 9 augustus 2001 ten laste van Graverbel onder de ING Bank N.V. gelegde derdenbeslag opgeheven.
Tegen voornoemde vonnissen van de rechtbank heeft Glaverbel hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 17 oktober 2006 heeft het hof [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep van de vonnissen van de rechtbank van 19 september 2002, 9 juli 2003 en 26 november 2003 en de vonnissen van 12 mei 2004 en 16 maart 2005 bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Glaverbel is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Glaverbel begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 september 2009.