ECLI:NL:HR:2009:BI8546
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze cassatiezaak tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden heeft de Hoge Raad het beroep van de verdachte behandeld. De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Ter Apel. Het cassatieberoep werd ingesteld door de raadsman van de verdachte, terwijl de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep concludeerde.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel van cassatie niet tot vernietiging kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat. Wel constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef.
Als gevolg hiervan vermindert de Hoge Raad ambtshalve de duur van de opgelegde gevangenisstraf met één jaar, wat neerkomt op elf maanden en één week. Het overige beroep wordt verworpen en de uitspraak van het hof blijft in stand voor zover deze niet de duur van de straf betreft.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren, en is uitgesproken op 7 juli 2009.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd met elf maanden en één week wegens overschrijding van de redelijke termijn.