ECLI:NL:HR:2009:BI8498

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11952
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 44 lid 3 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaren tegen lijst der geldelijke regelingen bij ruilverkaveling Marshoek-Hoonhorst

Eiser maakte bezwaar tegen de door de Landinrichtingscommissie opgemaakte lijst der geldelijke regelingen in het kader van de ruilverkaveling Marshoek-Hoonhorst. Na behandeling van de bezwaren bij de commissie en de rechter-commissaris werden niet alle bezwaren opgelost, waarna de rechtbank Zwolle-Lelystad uitspraak deed. De rechtbank kende eiser een vergoeding toe voor kavelaanvaardingswerken en voor het opheffen van een gedeelte van het afpalingsrecht van de eendenkooi, en verklaarde de overige bezwaren ongegrond.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen dit vonnis. De Landinrichtingscommissie verzocht tot verwerping van het beroep. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping. Reacties op de conclusie van de Advocaat-Generaal werden door de Hoge Raad deels terzijde gelegd wegens overschrijding van de termijn.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

18 september 2009
Eerste Kamer
07/11952
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
LANDINRICHTINGSCOMMISSIE VOOR DE RUILVERKAVELING "MARSHOEK-HOONHORST",
zetelende te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Landinrichtingscommissie.
1. Het geding in feitelijke instantie
[Eiser] heeft bij bezwaarschrift van 17 december 2005 bezwaar gemaakt tegen de door de Landinrichtingscommissie, in het kader van de ruilverkaveling "Marshoek-Hoonhorst", opgemaakte lijst der geldelijke regelingen.
Na behandeling van de bezwaren van [eiser] op 3 april en 25 september 2006 heeft [eiser] zijn bezwaren deels gehandhaafd en heeft de Landinrichtingscommissie de niet-opgeloste bezwaren verwezen naar de rechter-commissaris. De rechter-commissaris heeft de bezwaren van [eiser] besproken op de zitting van 20 februari 2007 te Hoonhorst. Tijdens deze zitting heeft [eiser] een deel van zijn bezwaren ingetrokken, de niet-weggenomen bezwaren heeft de rechter-commissaris verwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank Zwolle-Lelystad.
Na een mondelinge behandeling heeft de rechtbank bij vonnis van 15 augustus 2007 bepaald dat op de lijst der geldelijke regelingen ten goede van [eiser] wordt opgenomen een bedrag van € 13.734,13 als vergoeding van de kosten van kavelaanvaardingswerken en een bedrag van € 15.000,-- als vergoeding voor de opheffing van een gedeelte van het afpalingsrecht van de eendenkooi, en de overige bezwaren ongegrond verklaard.
Dit vonnis is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
[Eiser] heeft tegen het vonnis van de rechtbank van 15 augustus 2007 beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Landinrichtingscommissie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Landinrichtingscommissie mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de Landinrichtingscommissie heeft bij brief van 16 juni 2009 op die conclusie gereageerd. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 17 juli 2009 op deze ter rolle van 12 juni 2009 genomen conclusie gereageerd. Nu deze reactie meer dan twee weken nadat de conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv Pro., bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Landinrichtingscommissie begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 september 2009.