ECLI:NL:HR:2009:BI8496

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02692
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering eigendomsoverdracht en betaling wegens ongerechtvaardigde verrijking

Eiser heeft een vordering ingesteld tot overdracht van eigendom van een woning op grond van een koopoptie, dan wel tot betaling wegens niet-nakoming van deze optie, onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking. De rechtbank wees de primaire vordering toe, maar het hof vernietigde dit en wees zowel de primaire als subsidiaire vorderingen af.

Tijdens de procedure overleed de oorspronkelijke gedaagde, waarna de erfgenamen de procedure voortzetten. Het hof gaf een bewijsopdracht aan eiser, maar bleef bij zijn oordeel tot afwijzing van de vorderingen. Eiser stelde daarop cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, conform art. 81 RO Pro. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vorderingen van eiser worden afgewezen.

Uitspraak

18 september 2009
Eerste Kamer
08/02692
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R. van Kessel,
t e g e n
De gezamenlijke erven van [betrokkene 1],
laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de gezamenlijke erven van [betrokkene 1].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 22 mei 2000 [betrokkene 1] gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam en, na wijziging van eis, gevorderd, kort gezegd, primair de eigendomsoverdracht van de woning [a-straat 1] te [plaats] tegen een koopprijs van ƒ 210.000,-- op grond van een koopoptie, subsidiair betaling van ƒ 258.297,28 wegens (i) niet-nakoming van de koopoptie, (ii) onverschuldigde betaling, dan wel (iii) ongerechtvaardigde verrijking.
[Betrokkene 1] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na een tussenvonnis van 30 augustus 2001 waarbij [betrokkene 1] is opgedragen bewijs te leveren dat het beding slechts tot 1 januari 1994 geldig was, bij eindvonnis van 21 januari 2004 de primaire vordering toegewezen.
Tegen deze vonnissen heeft [betrokkene 1] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Tijdens de procedure in appel is [betrokkene 1] overleden. De procedure is op haar naam voortgezet door haar erfgenamen.
Bij tussenarrest van 22 juni 2006 heeft het hof een bewijsopdracht aan [eiser] gegeven. Bij eindarrest van 28 februari 2008 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de primaire en subsidiaire vordering van [eiser] afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De gezamenlijke erven van [betrokkene 1] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gezamenlijke erven van [betrokkene 1] begroot op € 2.931,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 september 2009.