ECLI:NL:HR:2009:BI7145
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens vroegtijdig verbod dierlijke eiwitten in diervoeders
Cagemax voerde een vordering tot schadevergoeding van ruim €1,3 miljoen wegens het vervallen van de handelswaarde van haar voorraad diermeel door het vroegtijdig ingaan van een verbod op dierlijke eiwitten in diervoeders. Dit verbod was ingesteld door een Tijdelijke Regeling van de Minister van Landbouw, voortvloeiend uit Europese Beschikking 2000/766/EG ter bestrijding van BSE.
De rechtbank en het hof wezen de vordering af. Cagemax stelde in cassatie dat het verbod onrechtmatig was omdat het te vroeg was ingevoerd zonder wettelijke grondslag en in strijd met Europees recht. De Hoge Raad oordeelde dat deze nieuwe gronden niet binnen de rechtsstrijd lagen en daarom niet konden worden behandeld.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht had geoordeeld dat Cagemax rekening had kunnen houden met het verbod en dat het belang van volksgezondheid een snelle invoering rechtvaardigde. Ook was de motivering van het hof over de voorzienbaarheid en disproportionaliteit voldoende.
De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde Cagemax in de proceskosten. Hiermee blijft de eerdere afwijzing van de schadevergoeding in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de schadevergoeding.