ECLI:NL:HR:2009:BI6717

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11428
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 8 september 2009 uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 9 februari 2007.

De advocaat-generaal concludeerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden. De Hoge Raad bevestigde deze constatering, maar oordeelde dat gezien de aard en duur van de opgelegde straf (vijf maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar) geen aanleiding bestond om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden.

De middelen van cassatie werden verworpen zonder nadere motivering, omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president van de Hoge Raad als voorzitter, samen met twee raadsheren, en de waarnemend griffier was daarbij aanwezig.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn, zonder rechtsgevolgen voor de straf.

Uitspraak

8 september 2009
Strafkamer
Nr. 07/11428
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 9 februari 2007, nummer 22/005400-05, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn is overschreden en dat hij het beroep verwerpt.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 8 september 2009.