ECLI:NL:HR:2009:BI5910
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bekrachtiging vonnis inzake ontbinding koopovereenkomst en betaling
In deze zaak vorderde [A] B.V. betaling van €24.835,34 van [eiser], die de vordering betwistte en reconventioneel ontbinding van de koopovereenkomst van 11 december 2000 vorderde. De rechtbank 's-Gravenhage wees de hoofdeis grotendeels toe en wees de reconventie af. Het gerechtshof bevestigde dit vonnis na een tussenarrest en getuigenverhoren. Tegen dit arrest stelde [eiser] cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt [eiser] in de kosten van het cassatiegeding.
Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 4 september 2009. Hiermee blijft het vonnis en arrest van lagere instanties ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het vonnis en arrest over betaling en ontbinding.