ECLI:NL:HR:2009:BI5910

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04130
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bekrachtiging vonnis inzake ontbinding koopovereenkomst en betaling

In deze zaak vorderde [A] B.V. betaling van €24.835,34 van [eiser], die de vordering betwistte en reconventioneel ontbinding van de koopovereenkomst van 11 december 2000 vorderde. De rechtbank 's-Gravenhage wees de hoofdeis grotendeels toe en wees de reconventie af. Het gerechtshof bevestigde dit vonnis na een tussenarrest en getuigenverhoren. Tegen dit arrest stelde [eiser] cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt [eiser] in de kosten van het cassatiegeding.

Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 4 september 2009. Hiermee blijft het vonnis en arrest van lagere instanties ongewijzigd van kracht.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het vonnis en arrest over betaling en ontbinding.

Uitspraak

4 september 2009
Eerste Kamer
08/04130
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. L.C. Blok,
t e g e n
MERCEDES-BENZ DEALERBEDRIJVEN B.V.
(rechtsopvolgster van [A] B.V.),
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [A].
1. Het geding in feitelijke instanties
In eerste aanleg heeft [A] gevorderd [eiser] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 24.835,34 (in totaal), met rente en kosten.
[Eiser] heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, voor recht te verklaren dat de op 11 december 2000 tussen partijen gesloten overeenkomst is ontbonden.
Na een tussenvonnis van 11 februari 2004, waarbij een comparitie van partijen is gelast, heeft de rechtbank 's-Gravenhage bij eindvonnis van 26 mei 2004 de vordering in conventie grotendeels toegewezen en de vordering in reconventie afgewezen.
Tegen het eindvonnis van de rechtbank heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na een tussenarrest van 31 januari 2007 en getuigenverhoren, heeft het hof bij eindarrest van 24 april 2008 het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en de herstelexploten zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen [A] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [A] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 september 2009.