ECLI:NL:HR:2009:BI5087
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot zekerheidstelling na geschil over uitkoop aandelen en schadevergoeding
In deze zaak vorderden [verweerder] c.s. dat Toog c.s. werden veroordeeld tot betaling van een aanzienlijk bedrag aan schadevergoeding wegens onrechtmatige uitkoop van aandelen. De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde Toog c.s. tot betaling van ruim €1,7 miljoen, met rente, en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Toog c.s. stelde vervolgens een incidentele vordering tot zekerheidstelling in cassatie, stellende dat het restitutierisico groot was vanwege de verminderde vermogenspositie van [verweerster 1] B.V. en de persoonlijke eigenschappen van [verweerder 2]. [Verweerder] c.s. betwistten deze stellingen en benadrukten hun belang om vrij over het bedrag te kunnen beschikken.
De Hoge Raad oordeelde dat Toog c.s. onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat hun belang bij zekerheidstelling zwaarder woog dan het belang van [verweerder] c.s. bij afwijzing. Daarom werd de incidentele vordering afgewezen. De Hoge Raad veroordeelde Toog c.s. tevens in de kosten van het incident.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de incidentele vordering tot zekerheidstelling af en veroordeelt Toog c.s. in de kosten van het incident.