ECLI:NL:HR:2009:BI4850
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs zonder geurproef in geweldpleging
De aanvrager was veroordeeld voor openlijk in vereniging gepleegd geweld tegen goederen, bedreiging met zware mishandeling en diefstal. Hij verzocht om herziening van het arrest van het gerechtshof op grond van twijfel aan de betrouwbaarheid van een geuridentificatieproef die in de zaak was gebruikt.
De Hoge Raad overwoog dat geuridentificatieproeven uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland in de periode 1997-2006 vermoedelijk onregelmatig waren uitgevoerd, waardoor het resultaat niet als betrouwbaar kon gelden. Dit kon aanleiding zijn voor herziening als zonder deze geurproef het bewijs onvoldoende zou zijn.
Uit het dossier bleek echter dat ook zonder het resultaat van de geurproef voldoende bewijs bestond voor de bewezenverklaring van het geweldsfeit. Dit bewijs bestond uit getuigenverklaringen, aangiften, vondst van een moker en stenen, en de herkenning van de aanvrager en zijn mededader.
Daarom was er geen ernstig vermoeden dat de aanvrager zonder de geurproef vrijgesproken zou zijn. De Hoge Raad wees het herzieningsverzoek af en bevestigde de eerdere veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraffen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af en bevestigt de veroordeling op basis van voldoende bewijs zonder de geurproef.