ECLI:NL:HR:2009:BI4693
Hoge Raad
- Cassatie
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen door raadsman
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd in een penitentiaire inrichting. Ondanks het instellen van het beroep zijn er geen middelen van cassatie door een raadsman binnen de wettelijk gestelde termijn ingediend bij de Hoge Raad.
De Procureur-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft dit oordeel gevolgd en geoordeeld dat het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet is nageleefd, waardoor de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren J.P. Balkema, B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen en uitgesproken op 16 juni 2009. Hiermee is het cassatieberoep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen door een raadsman.