ECLI:NL:HR:2009:BI4426
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens schending redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 juli 2007. De verdachte was in voorlopige hechtenis en had een gevangenisstraf opgelegd gekregen van vier jaren. De advocaat-generaal concludeerde tot strafvermindering vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het eerste middel geen cassatiegrond oplevert en dat het tweede middel gegrond is omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden, waardoor de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit leidt tot strafvermindering.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze tot drie jaren en zeven maanden. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 8 september 2009.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot drie jaren en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.