ECLI:NL:HR:2009:BI4154
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verdeling van de ontbonden huwelijkse gemeenschap volgens art. 3:185 BW
In deze zaak staat de verdeling van de ontbonden huwelijkse gemeenschap centraal, waarbij de voormalige echtelieden het oneens zijn over de wijze van verdeling en de peildatum. De verweerster heeft de eiser gedagvaard om de verdeling vast te stellen. De rechtbank stelde de verdeling vast, maar het hof vernietigde dit vonnis en stelde een nieuwe verdeling vast, waarbij de eiser werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de verweerster wegens overbedeling en verrekening.
De eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen de arresten van het hof. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep onderzocht maar verwierp dit zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van relevante rechtsvragen voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten in cassatie draagt en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Hiermee is de verdeling van de huwelijkse gemeenschap definitief vastgesteld volgens de door het hof bepaalde voorwaarden en bedragen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.