ECLI:NL:HR:2009:BI3820
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke opzegging door rechtsopvolger onder algemene titel bij dringend eigen gebruik
In deze zaak staat centraal of een rechtsopvolger onder algemene titel van een verhuurder zich kan beroepen op een huuropzegging wegens dringend eigen gebruik die vóór de afsplitsing van het vermogen is gedaan. De huurder betoogde dat de rechtsopvolger zich niet op de opzeggingsbrief kon beroepen en dat de wachttermijn van drie jaar uit artikel 7:296 lid 2 BW Pro in acht genomen moest worden.
De Hoge Raad stelt vast dat de rechtsopvolger, WREM, zich inderdaad kan beroepen op de opzeggingsbrief van de oorspronkelijke verhuurder, Vastgoed. De kantonrechter had dit nog afgewezen, maar het hof had dit oordeel gecorrigeerd. Vervolgens oordeelt de Hoge Raad dat hoewel de wachttermijn in beginsel geldt, toepassing daarvan in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit omdat de afsplitsing geen materiële wijziging in de verhouding tussen verhuurder en huurder heeft gebracht en het doel van de opzegging ongewijzigd bleef.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de huurder en bevestigt het arrest van het hof dat de huurovereenkomst eindigt op 1 november 2009. De huurder wordt veroordeeld het gehuurde uiterlijk op die datum leeg en ontruimd op te leveren. Tevens worden de kosten van het cassatiegeding aan de zijde van de verhuurder toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de huurovereenkomst eindigt op 1 november 2009.