ECLI:NL:HR:2009:BI1427

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03289
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van de strafbaarheid van het voorhanden hebben van een hond van het Pit Bull Terrier type na intrekking van de Regeling agressieve dieren

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 22 september 2009 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte was beschuldigd van het voorhanden hebben van een hond van het Pit Bull Terrier type, wat volgens de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWD) een overtreding vormde. De Regeling agressieve dieren, die deze honden als gevaarlijk bestempelde, was echter per 1 januari 2009 ingetrokken. De Hoge Raad oordeelde dat de intrekking van de Regeling berustte op een gewijzigd inzicht van de wetgever over de strafwaardigheid van het voorhanden hebben van dergelijke honden. Dit leidde tot de conclusie dat de verweten gedraging niet langer kwalificeerbaar was als overtreding van artikel 73, tweede lid, van de GWD. De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak van het Hof, maar alleen wat betreft de beslissingen met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde, de opgelegde straf en maatregel. De zaak werd terugverwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor herbehandeling. De Hoge Raad verwerpt het beroep voor het overige, en benadrukt dat de klachten in de cassatie niet voldoen aan de vereisten voor cassatie.

Uitspraak

22 september 2009
Strafkamer
nr. 08/03289
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 augustus 2007, nummer 22/000485-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C.P. Timmers, advocaat te Middelharnis, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak ten aanzien van de beslissingen met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde en ten aanzien van de oplegging van straf en maatregel en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De als eerste middel aangeduide klachten voldoen niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moeten blijven.
3. Beoordeling van het tweede middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.1. Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat:
"hij op tijdstippen in de periode van 1 november 2006 tot en met 13 november 2006 te Middelharnis, een dier, behorende tot een door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aangewezen soorten of categorieën van dieren voorhanden heeft gehad, te weten een hond van het Pit Bull Terrier type als bedoeld in artikel 2 van Regeling agressieve dieren en de bij die Regeling behorende bijlage I."
4.2. Het Hof heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als "overtreding van artikel 73 tweede lid van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren".
4.3. Art. 73 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren luidt:
"1. Het is verboden dieren, behorende tot door Onze Minister aangewezen soorten of categorieën van dieren te fokken, in Nederland te brengen, te koop aan te bieden of te verkopen.
2. Het is verboden dieren behorende tot ingevolge het eerste lid aangewezen soorten of categorieën van dieren voorhanden te hebben.
3. Ingevolge het eerste lid worden slechts aangewezen soorten of categorieën, waarvan de dieren een gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid van mens of dier."
4.4.1. Ten tijde van de bewezenverklaarde gedraging luidde art. 2 Regeling agressieve dieren (hierna: de Regeling):
"Als diersoorten en categorieën van dieren, bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de wet worden aangewezen de soorten en categorieën van dieren als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage 1."
4.4.2. De onder 4.4.1 bedoelde bijlage vermeldt:
"Bijlage 1. Honden van het Pit-bull-terrier-type, waaronder wordt verstaan honden die in belangrijke mate voldoen aan de navolgende karakteristieken of in belangrijke mate gelijkenis vertonen met de navolgende afbeeldingen."
4.5. De Regeling is ingetrokken met ingang van 1 januari 2009 (Regeling van 22 december 2008, Stcrt. 2461). Zoals in de conclusie van de Advocaat-Generaal is uiteengezet, volgt uit de geschiedenis van die intrekking dat zij berust op een gewijzigd inzicht van de regelgever omtrent het uitgangspunt van de Regeling dat honden die voldoen aan de in de in Bijlage 1 genoemde uiterlijke kenmerken als gevaarlijk aangemerkt moeten worden en daarom in aanmerking komen om gedood te worden. Op grond daarvan moet worden geoordeeld dat sprake is van een gewijzigd inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van een voor de intrekking van de Regeling gepleegde overtreding van art. 73, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Dat betekent dat de verweten gedraging niet langer kwalificeerbaar is als "overtreding van artikel 73 tweede lid van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren".
4.6. Het bestreden arrest kan daarom ten aanzien van de beslissingen met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde niet in stand blijven.
5. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde, de opgelegde straf en de maatregel;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, H.A.G. Splinter-van Kan, C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 22 september 2009.