ECLI:NL:HR:2009:BI1138
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Betaling openstaande facturen en bewijslastverdeling in verbintenissenrecht
In deze zaak vorderde Rohecom Automatisering B.V. betaling van openstaande facturen van eiser, handelend onder de naam [A]. Eiser bestreed de vordering en stelde een tegenvordering in tot terugbetaling van gemaakte kosten. De kantonrechter veroordeelde eiser tot betaling van een deel van het gevorderde bedrag en wees de tegenvordering af. Eiser ging in hoger beroep, maar het gerechtshof verwierp het beroep en veroordeelde eiser tot betaling van een hoger bedrag, vermeerderd met rente.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat er geen aanleiding was tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigde daarmee de bewijslastverdeling zoals neergelegd in artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest werd gewezen door raadsheren van Buchem-Spapens, van Schendel en Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Hammerstein. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van Rohecom op nihil werden begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de veroordeling tot betaling aan Rohecom blijft in stand.